Humor overschrijdt alle grenzen

Eliza Gussenhoven, één van de twee coördinatoren van het Taalproject Humanitas afdeling 't Hoogeland, zit met vrijwilligster Adrinne Mulder aan een lange houten tafel in het tijdelijk dorpshuis 'De Tijd' in Winsum. Hier schuiven op dinsdag- en donderdagmiddag diverse anderstaligen uit verschillende culturen aan. Onder het motto 'Spreek Nederlands met mij' leren ze hen de beginselen van een gesprek voeren, lezen ze samen krantenberichten over wat er in het dorp te doen is en spelen ze spelletjes. 'Taal is hét communicatiemiddel bij uitstek, taal is de brug tussen mensen', vindt Adrinne.

Het zogenoemde 'Taalcafé' is een ontmoetingsplek waar twee woorden centraal staan: taal en sociaal. 'Spreekvaardigheid is één van de belangrijkste doelen. De nieuwkomers willen graag contact leggen met Nederlanders. Behalve vluchtelingen die inmiddels vaak statushouders zijn, komen hier bijvoorbeeld ook buitenlandse vrouwen die met een Nederlandse man zijn getrouwd', zegt Eliza, die in 2011 als vrijwilligster startte met voorlezen aan buitenlandse kinderen. Ze werd gevraagd een Taalcafé op te zetten. 'De eerste middag verschenen er voorzichtig twee deelnemers. Inmiddels weten tientallen anderstaligen ons te vinden en zijn we met 26 vrijwilligers, van wie er acht in het Taalcafé in Winsum werken.' Ook in Bedum draait onder de vlag van Humanitas een Taalcafé.

Inburgeringscursus

Op dinsdag wordt er wat dieper ingegaan op correct taalgebruik en bieden de vrijwilligers, op verzoek, hulp bij het huiswerk dat de deelnemers meekrijgen van de inburgeringscursus. Donderdags daarentegen wordt er voornamelijk gepraat, gelezen en gelachen. 'De mannen voegen zich meestal bij elkaar en de vrouwen ook. Zo gaat dat. Misschien komt het door de onderwerpen of door het oeverloze gegiechel van de vrouwen. We leren veel van elkaar en hebben ontzettend veel lol samen. Ook al komen de vrouwen allemaal ergens anders vandaan; Indonesië, Somalië, Eritrea en wij als Nederlanders. Humor overschrijdt alle grenzen', lacht Adrinne.

Waarom vrijwilliger?

Eliza Gussenhoven (links) en Adrinne Mulder (rechts)
Op de vraag waarom ze vrijwilliger zijn geworden, hoeven ze beiden niet lang na te denken. Eliza; 'Als je je realiseert hoeveel lef deze mensen hebben gehad om te vluchten en alles achter te laten, en je hoort hun verhalen waarin vaak een diepgewortelde angst zit, dan is dit het minste dat je voor ze kan doen. Hen helpen de taal te leren zodat ze met ons kunnen communiceren. Veel mensen willen vanuit emotie 'goed doen' en nieuwkomers Nederlands leren , maar er is meer voor nodig. Je moet ervaring hebben in het begeleiden van mensen uit andere culturen.'

Evenwicht

Adrinne had behoefte aan meer evenwicht in haar leven. Naast haar commerciële baan in de marketing en communicatie bij het Dagblad van het Noorden, wilde ze als vrijwilligster aan de slag. 'En daar paste natuurlijk wel iets met taal bij. Elk mens heeft het recht om zich vrij te voelen, vrijuit te spreken. Daarvoor moet je je dan wel goed kunnen uitdrukken.' Adrinne werkt sinds eind 2015 bij het Taalcafé en hoewel ze zeer gedreven is en er veel plezier in heeft, voelt ze ook een grote verantwoordelijkheid. 'Het gros van de vrouwen en mannen is getraumatiseerd. Daar moet je voorzichtig mee zijn. We vragen bij het Taalcafé nergens naar, maar af en toe komt iemand met een verhaal. En ik kan je zeggen dat dat vaak erg indringend en emotioneel is.'

Señorita

Bovendien komen de anderstaligen met veel vragen. Eliza, die ook mensen thuis begeleidt, bezocht bijvoorbeeld een gezin waarvan de vader vroeg hoe je in Nederland een jonge vrouw aanspreekt. 'Wij zeggen señorita, zei hij, wat zeggen jullie? Ik wist het eigenlijk niet. Juffrouw misschien? Maar nee, dat klinkt niet. Eigenlijk hebben wij geen geschikt woord voor señorita.' Zo is het ook moeilijk uit te leggen wanneer je wel en niet tutoyeert. 'De verhoudingen, nuances en gewoontes zijn soms best ingewikkeld', meent Eliza.' Adrinne bevestigt dit: 'Een Afrikaanse vrouw vroeg mij onlangs wat ze kon zeggen tegen de meester van haar dochter, die te maken had met een sterfgeval in zijn familie. Ik legde haar uit dat wij dan een hand geven en 'gecondoleerd' zeggen. Ze vertelde me de week daarop vol trots dat ze hem had gecondoleerd en dat hij dat heel mooi had gevonden. Kijk, dat zijn de kleine dingen waarvoor ik het doe. Dat vind ik prachtig, ontroerend. Dát is voor mij communicatie.'

Voor meer informatie over het Taalproject en Taalcafé kunt u terecht bij Eliza Gussenhoven: e.gussenhoven@kpnmail.nl , tel. 06-42476761. Voor meer informatie over (vrijwilligerswerk bij) Humanitas, zie www.humanitas.nl.
.