Wet werk en bijstand: wat is er anders in 2012?

De Wet werk en bijstand (WWB) is veranderd. In 2012 geldt er namelijk een aantal nieuwe regels. Deze regels gelden voor u als u in 2012 een bijstandsuitkering gaat aanvragen. Maar als u in 2011 al een uitkering hebt die doorloopt in 2012, gaat er voor u ook het een en ander veranderen. Wat precies? Dat kunt u hier lezen.

 

Wat is er nieuw in 2012?

In het kort zijn dit de wijzigingen in de Wet werk en bijstand:

  1. De WIJ wordt afgeschaft . Jongeren tot 27 jaar die in 2011 een werkleeraanbod en/of een uitkering voor jongeren hebben, gaan per 1 januari 2012 over naar de bijstand (WWB).
  2. Jongeren onder de 27 jaar die een bijstandsuitkering aanvragen, moeten eerst zelf vier weken naar werk zoeken .
  3. Met ‘gezin’ worden niet meer alleen vader, moeder en minderjarige kinderen bedoeld. Vanaf 2012 horen ook meerderjarige kinderen die nog thuis wonen en andere inwonende gezinsleden (zoals oma of schoonzoon) bij het gezin .
  4. Er komt een huishoudinkomenstoets . Inkomsten van alle gezinsleden worden meegeteld bij de bijstandsuitkering.
  5. Een gezin heeft recht op maar één bijstandsuitkering voor alle gezinsleden samen. Maar sommige gezinsleden kunnen nog wel een eigen bijstandsuitkering krijgen.
  6. De afdeling Werk, Inkomen en Zorg kan mensen met een bijstandsuitkering verplichten om als tegenprestatie voor die uitkering iets te doen dat nuttig is voor de samenleving.
  7. Iedereen jonger dan 65 jaar mag maximaal vier weken per jaar naar het buitenland .
  8. En vanaf 2012 is de bijzondere bijstand voor ouderen en mensen met een chronische ziekte of een beperking , de langdurigheidstoeslag , de collectieve zorgverzekering en enkele andere voorzieningen van Sociale Zaken en Werk Bedum, De Marne en Winsum alleen nog maar voor mensen met een inkomen dat 110% van de bijstandsuitkering of lager is.
  9. Er komen strengere eisen voor vrijstelling van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders.

Alleenstaande ouders met kinderen jonger dan vijf jaar kunnen ook in 2012 nog vrijgesteld worden van de sollicitatieplicht. Maar de eisen voor de vrijstelling worden wel strenger. Alleenstaande ouders mogen ook langer bijverdienen met deeltijdwerk.

 

Wat gebeurt er met de WIJ?

De WIJ, de Wet investeren in jongeren, wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Jongeren tot 27 jaar in de WIJ gaan over naar de bijstand (WWB).

 

Wat gebeurt er met het werkleeraanbod?

Heb je nu in 2011 een werkleeraanbod dat doorloopt in 2012? Dan mag je je werkstage, je traject of je opleiding gewoon blijven doen tot deze afloopt. Je werkleeraanbod stopt niet omdat de WIJ wordt afgeschaft. Het wordt in 2012 beschouwd als een re-integratievoorziening voor de WWB.

 

Wat gebeurt er met de uitkering voor jongeren?

Heb je ook een (aanvullende) uitkering voor jongeren ? Ook deze loopt door in 2012. Je krijgt alleen geen uitkering meer uit de WIJ, maar uit de WWB. Hierover krijg je een brief van Sociale Zaken en Werk Bedum, De Marne en Winsum.

Het hangt van je woonsituatie af of je in 2012 dezelfde uitkering kunt blijven houden. In 2012 gaan er namelijk andere regels voor 'gezin' gelden. En er komt een huishoudinkomenstoets ; inkomsten van alle gezinsleden tellen mee voor de bijstandsuitkering.

 

Wat is een zoekperiode voor jongeren?

Ben je jonger dan 27 jaar en wil je in 2012 een bijstandsuitkering aanvragen? Dan krijg je te maken met de zoekperiode van vier weken. In die periode mag je nog geen bijstandsuitkering aanvragen. Je moet eerst zelf vier weken actief naar werk zoeken. En je moet vanaf 1 juli 2012 ook bekijken of je nog een nieuwe opleiding kunt gaan doen, of je oude opleiding kunt afmaken.

 

Wanneer start de zoekperiode?

De zoekperiode van vier weken gaat in op de dag dat je bij het UWV WERKbedrijf komt om een bijstandsuitkering aan te vragen. Lukt het niet om werk te vinden? Dan mag je na deze vier weken een aanvraag voor een bijstandsuitkering indienen. Krijg je die toegekend? Dan gaat de uitkering in vanaf de eerste dag van de zoekperiode.

Zodra je een bijstandsuitkering aanvraagt, maakt Sociale Zaken en Werk Bedum, De Marne en Winsum samen met jou een plan van aanpak. Hierin staat:

  • hoe je je kansen op betaald werk kunt vergroten;
  • wat wij daarbij van jou verwachten, en;
  • hoe wij jou daarbij gaan helpen.

Krijg je bijstandsuitkering toegekend? Dan krijg je bij de toekenningsbrief ook dit plan van aanpak toegestuurd.

 

Heb je in 2011 al een uitkering of een werkleeraanbod?

  • Heb je voor dat je bijstand aanvraagt een WW-uitkering? Vraag de bijstandsuitkering dan aan vier weken voordat je WW-uitkering eindigt. De laatste vier weken van je WW-periode gelden dan als zoekperiode voor de bijstand.
  • Heb je in 2011 een werkleeraanbod dat doorloopt in 2012? Dan geldt de zoekperiode niet voor jou. Je krijg pas te maken met de zoekperiode als jouw bijstandsuitkering is gestopt en je later eventueel een nieuwe bijstandsuitkering moet aanvragen.

 

Wie hoort er in 2012 bij het gezin?

In 2011 geldt in de Wet werk en bijstand het begrip ‘Gezamenlijke huishouding’. Hiermee wordt bedoelt met wie u voor de bijstand een gezin vormt. U voert een gezamenlijke huishouding als u met een ander in dezelfde woning woont en voor elkaar zorgt. U kunt dan een bijstandsuitkering voor gehuwden of samenwonenden krijgen.

Meestal hebt u een gezamenlijke huishouding met uw partner en minderjarige kinderen. Maar het is ook mogelijk een gezamenlijke huishouding te voeren met bijvoorbeeld uw broer, zus, grootmoeder, neef of een vriend of een vriendin. Ook met hen kunt u een gezin vormen.

Woont u samen met uw meerderjarige kind (dat is een kind van 18 jaar of ouder), of met (één van) uw ouders? Dan geldt dit nu in 2011 niet als een gezamenlijke huishouding. In deze situatie wordt u beschouwd als een alleenstaande. Dit gaat veranderen.

 

Met wie vormt u een gezin?

Vanaf 2012 geldt dat u een gezin vormt als u in hetzelfde huis woont als:

  • uw partner (en uw minderjarige kinderen als u die hebt);
  • uw meerderjarige kind(eren) en stiefkind(eren);
  • de meerderjarige partner(s) van uw meerderjarige (stief)kind(eren);
  • uw vader en/of moeder
  • uw broer en/of zus.

U moet samen de bijstandsuitkering aanvragen. De inkomsten van alle gezinsleden tellen mee voor de bijstandsuitkering.

 

Wie tellen niet mee als gezinslid?

Voor de bijstand kunnen sommige familieleden in 2012 niet als gezinslid worden meegerekend:

  • een gezinslid dat zorgbehoevend is;
  • een thuiswonend kind van 18 jaar of ouder dat studeert en studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming voor schoolkosten (WTOS) krijgt of kan krijgen. En die daarbij minder dan € 1.023,42 per maand aan inkomsten heeft. Heeft uw studerende kind meer inkomsten, bijvoorbeeld uit studiefinanciering en een bijbaan? Dan telt dit kind wél mee als gezinslid;
  • een thuiswonend voormalig pleegkind van 18 jaar of ouder. Tot zijn 18e is een pleegkind officieel een pleegkind en gezinslid, daarna niet meer;
  • uw huisgenoten die bij u een kamer of etage huren, waarmee u in een studentenhuis woont of waarmee u een woongroep vormt. Inkomsten van deze huisgenoten tellen niet mee voor de gezinsbijstand.

Hebt u als gezin nu meerdere bijstandsuitkeringen?

Hebt u op 31 december 2011 als gezin al twee of meer bijstandsuitkeringen? U blijft tot 1 juli 2012 uw uitkeringen behouden zoals die zijn. Per 1 juli 2012 worden de uitkeringen - als dat nodig is - aangepast aan de nieuwe gezinsregels.

 

Wat is de huishoudinkomenstoets?

Nieuw in 2012 is de huishoudinkomenstoets, ook wel huishoudtoets genoemd. Die houdt in dat de inkomsten van alle gezinsleden met wie u de bijstand aanvraagt meetellen voor de bijstandsuitkering. Ook het vermogen van alle gezinsleden telt mee.

U moet als gezin samen de bijstandsuitkering aanvragen. Als gezinsleden al andere inkomsten hebben, worden die van het bedrag aan gezinsbijstand afgetrokken. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkomsten uit:

  • betaald werk;
  • AOW en een eventueel aanvullend pensioen;
  • een WW-uitkering;
  • een WAO of WIA-uitkering.

Welke inkomsten tellen niet mee?

Sommige inkomsten tellen niet mee voor de huishoudtoets. Dat zijn:

  • inkomsten uit een Wajonguitkering. Deze uitkering telt tot 2013 niet mee, daarna wel;
  • een vrijlating voor gezinsleden van 27 jaar en ouder, van 25% van de inkomsten uit een betaalde (deeltijd)baan. Hiervoor geldt een maximum van € 190,- per maand voor een maximumperiode van zes maanden.
  • een vrijlating voor inkomsten uit een betaalde (deeltijd)baan voor alleenstaande ouders van 27 jaar en ouder met kinderen jonger dan twaalf jaar. Het gaat om een vrijlating van 12,5% van de inkomsten, met een maximum van € 120,- per maand en voor een maximumperiode van 30 maanden;
  • inkomsten van minderjarige kinderen tot 16 jaar;
  • inkomsten van kinderen van 16 en 17 jaar tot maximaal € 827,- per maand per kind. Heeft uw kind meer inkomsten? Dan tellen de inkomsten boven dit bedrag mee voor de bijstandsuitkering;
  • inkomsten van thuiswonende kinderen van 18 jaar en ouder, die studiefinanciering of een tegemoetkoming voor schoolkosten (WTOS) krijgen of kunnen krijgen. Deze inkomsten tellen niet mee als het totaal van deze inkomsten (ook uit een baantje) niet hoger is dan € 1.023,42 per maand. Heeft uw studerende kind meer inkomsten? Dan tellen de inkomsten boven dit bedrag mee voor de bijstandsuitkering;
  • een bedrag van € 18,40 per maand voor een oudedagsvoorziening voor mensen van 65 jaar en ouder. Deze inkomsten mag u als gezin dus houden naast de bijstandsuitkering.

 

Heef u al een gezinsuitkering?

Heeft u op 31 december 2011 als gezin al een of meer bijstandsuitkeringen? U blijft tot 1 juli 2012 uw uitkering(en) behouden zoals die is/zijn. Per 1 juli 2012 wordt uw uitkering - als dat nodig is - aangepast aan de nieuwe gezinsregels en de huishoudtoets.

 

Is er per gezin maar één bijstandsuitkering mogelijk?

Ja, in principe krijgen alle gezinsleden vanaf 2012 samen één gezinsuitkering. De hoogte van deze uitkering is maximaal 100% van het nettominimumloon. Op dit moment is dat € 1.253,86 per maand. Dit bedrag wordt in gelijke delen over de gezinsleden verdeeld en betaald. Maar soms is het mogelijk om een persoon niet tot het gezin te laten rekenen. Het gaat dan om een ouder, kind, broer of zus die verzorgd moet worden. Deze persoon kan een eigen bijstandsuitkering voor een alleenstaande krijgen. Om voor een eigen bijstandsuitkering in aanmerking te komen, moet uw zorgbehoevende familielid door een broer, zus, ouder of kind worden verzorgd. Voor broers en zussen (familie in de tweede graad) gelden hiervoor dezelfde voorwaarden als in 2011. Sociale Zaken en Werk Bedum, De Marne en Winsum bepaalt de voorwaarden voor wie niet als gezinslid wordt meegerekend.

Voor zorgbehoevende ouders of kinderen (familie in de eerste graad) gelden vanaf 2012 nieuwe regels. Het gezinslid dat zorg nodig heeft moet:

  • een geldige indicatie hebben voor tien uur of meer per week zorg uit de AWBZ. Het moet dan gaan om persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf. Een indicatie van de Wmo geldt niet.
  • géén persoonsgebonden budget (PGB) voor deze zorg ontvangen;
  • en voor ten minste tien uur per week worden verzorgd door een van de ouders of een van de kinderen.

Daarnaast mag het gezinslid ook worden verzorgd door een professionele zorgverlener, bijvoorbeeld door de wijkverpleging of door een verzorgingshuis.

Hebt u al een bijstandsuitkering en verzorgt u een hulpbehoevend gezinslid?

U blijft tot 1 juli 2012 uw uitkering(en) behouden zoals die is/zijn. Per 1 juli 2012 wordt uw uitkering - als dat nodig is - aangepast aan de nieuwe gezinsregels, de huishoudtoets en de nieuwe regels voor zorgbehoevende gezinsleden.

 

Wat is een tegenprestatie?

Vanaf 2012 kan de gemeente een tegenprestatie vragen van mensen die een bijstandsuitkering ontvangen. Die tegenprestatie bestaat dan uit werkzaamheden die nuttig zijn voor de samenleving. Welk soort werkzaamheden het precies zijn, dat mag de gemeente (samen met u) zelf bepalen. Maar er geldt wel een aantal voorwaarden voor de tegenprestatie:

  • het zijn werkzaamheden voor een paar uur per dag of per week;
  • het zijn werkzaamheden voor enkele weken of maanden, dus niet voor lange tijd;
  • het mag geen werk zijn waar u eigenlijk betaald voor had moeten worden. Het mag dus geen ‘gewone baan’ zijn;
  • het hoeven geen werkzaamheden te zijn waarmee u uw kansen op betaald werk vergroot;
  • maar de werkzaamheden mogen uw kansen op betaald werk ook niet in de weg zitten;
  • en het moet werk zijn dat u in staat bent om te doen. Dus geen werk dat u vanwege uw gezondheid of om een andere reden niet kunt of mag doen.

Meestal wordt als voorbeeld van een tegenprestatie bladeren harken (in de herfst) of sneeuwruimen (in de winter) genoemd. Maar het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat de gemeente u gaat vragen of u zelf iets kunt bedenken wat u als tegenprestatie wilt gaan doen.

 

Hoe lang mag ik in 2012 op vakantie?

Hebt u een bijstandsuitkering en bent u jonger dan 65 jaar? Dan mag u in 2012 maximaal vier weken per jaar naar het buitenland. Het maakt niet uit of dit voor een vakantie is of voor iets anders. Het maakt ook niet meer uit of u van de gemeente wel of niet op zoek hoeft naar werk. Bent u 65 jaar of ouder en hebt u een aanvullende inkomensvoorziening (AIO)? Dan mag u dertien weken per jaar naar het buitenland.

Bent u op 1 januari 2012 in het buitenland?

Mag u in 2011 langer dan vier weken naar het buitenland en bent u op 1 januari in het buitenland? Dan gelden voor u de rechten uit 2011 tot het moment dat u weer thuis bent, maar uiterlijk tot 1 april 2012. Op het moment dat u weer thuis bent (voor 1 april 2012), gelden de nieuwe vakantierechten. Bent u dan in 2012 al meer dan vier (of dertien) weken weggeweest? Dan mag u heel 2012 niet meer naar het buitenland.